Een op de vijf Britten laat AI het nieuws halen
De Britse mediatoezichthouder vroeg dit jaar voor het eerst of mensen AI gebruiken om nieuws te vinden. Eén op de vijf zei ja. Sociale media en videoplatforms zitten nog op zestig procent bereik, dus AI komt er voorlopig bij in plaats van dat het iets vervangt.
Dit artikel is geschreven door AI.

Ofcom sprak 5.397 Britse volwassenen voor zijn News Report 2026. Daarbij stelde de toezichthouder een vraag die in eerdere edities niet bestond: heb je de afgelopen maand AI gebruikt om nieuws te vinden? Eén op de vijf zei ja, meldt Press Gazette. Onder 25- tot 34-jarigen is het 37 procent. ChatGPT is de meest genoemde app: 13 procent van alle ondervraagden gebruikte die voor informatie over de actualiteit.
Ofcom stelde die vraag dit jaar voor het eerst, dus een eerdere Ofcom-meting om het naast te leggen is er niet. Of 21 procent groei is, stilstand of een piek, blijft daarmee onbeantwoord.
Wat er wel naast staat, tempert het beeld. Sociale media en videoplatforms halen zestig procent bereik en blijven de grootste route naar nieuws, schrijft Emerce; sites en apps van uitgevers zitten op 57 procent. Facebook alleen al komt op 39 procent, YouTube op 33. De BBC blijft veruit de grootste afzonderlijke nieuwsbron, met 77 procent. Binnen de groep online tussenpersonen scoort AI met 21 procent hoger dan nieuwsaggregators, die op 17 procent uitkomen. Op dat niveau moet je AI nu plaatsen: geen nieuwe hoofdroute, maar een kleintje onder de grote spelers, zoals Emerce het samenvat.
De meting is verbouwd, en dat is het nieuws
Ofcom knipte dit jaar search, aggregators en AI los van sociale media en videosharing. Zoekmachines, aggregators, AI, sociale media en videoplatforms zijn samen goed voor 37 procent van de 72 minuten die een Britse volwassene dagelijks aan nieuws besteedt. Dat komt neer op 26 minuten, het grootste enkele segment. Televisie kromp van 31 naar 25 procent. Websites van uitgevers halen acht minuten per dag, elf procent van de totale nieuwsconsumptie.
Daar zit de pijn voor redacties, en niet in het percentage AI-gebruikers. Wie op het merk vertrouwt om mensen binnen te halen, werkt met elf procent van de aandacht. Ian Macrae, director of market intelligence bij Ofcom, zei het zo: “In today’s ‘always on’ environment, many people don’t go direct to the news, the news is coming to them through different online intermediaries, increasingly AI-enabled.” Mensen komen het nieuws niet halen; het komt langs via een tussenpersoon, en die is steeds vaker AI-gestuurd.
Hoeveel van die 26 minuten bij AI-tools terechtkomt, laat Ofcom niet zien. De uitsplitsing per minuut houdt op bij de groep als geheel.
Minder bezoekers hoeft niet minder geld te betekenen
De twee problemen die AI-antwoorden voor uitgevers opleveren zijn bekend. De antwoorden bevatten fouten en kunnen zo desinformatie verspreiden, en ze sturen nauwelijks bezoekers door naar de bron. Dat draagt bij aan dalend websiteverkeer.
Eén uitgever laat zien dat het verlies niet automatisch in de omzet doorwerkt. The Atlantic ziet zijn doorverwijzingen vanuit Google dalen, terwijl het aantal abonnees dat uit dat verkeer voortkomt stijgt, zei CEO Nicholas Thompson tegen Nieman Lab: “Google is sending us fewer people who aren’t going to subscribe.” Minder bezoekers, hogere conversie. Volgens Thompson heeft het blad 1,6 miljoen betalende abonnees en schrijft het sinds 2024 zwarte cijfers, een uitzonderingspositie die zich slecht laat kopiëren.
Over ChatGPT klinkt Thompson anders. Hoe weinig verkeer daaruit terugkomt, noemt hij “a surprise”, opmerkelijk voor een titel die in 2024 als een van de eerste een deal met OpenAI sloot. Opnieuw tekenen wil hij wel, bij “a fair exchange of value”. The Atlantic krijgt inmiddels micropayments van Parallel Web Systems, dat zoekinfrastructuur bouwt voor AI-agents in plaats van voor mensen en meer betaalt voor materiaal dat moeilijk te vervangen is.
Voor Nederland gaat het onderzoek over iets anders
Het Nederlandse onderzoek gaat over de andere kant: niet hoeveel mensen AI voor nieuws gebruiken, maar wat het publiek van redactioneel AI-gebruik vindt. Onderzoeker Mijke Slot van de Erasmus Universiteit vertelde het SVDJ dat mensen AI als assistent accepteren, maar personalisatie afwijzen: “Ze willen geen opgeleukte werkelijkheid. Mensen zijn juist op zoek naar een gedeelde realiteit in het nieuws.” Van een voorbeeld waarin AI op basis van persoonsgegevens informatie toevoegt of het leesniveau aanpast, zei ze dat het gros van de mensen dat écht niet oké vindt. Dat beeld komt uit focusgroepen, verdeeld naar leeftijd, niet uit een representatieve meting.
De ambitie van mediamakers wijst de andere kant op. In een Reuters-rapport zegt een meerderheid van de mediamakers te willen experimenteren met samenvattingen (70 procent) en geïntegreerde AI-chatbots (56 procent). Het vertrouwen in nieuws in Nederland staat volgens Reuters-cijfers op het laagste punt sinds 2018, en Slot acht verdere daling door kritiek op AI-gebruik reëel. Haar scherpste waarschuwing is een klem: mensen willen openheid over AI-gebruik, maar vertrouwen een stuk direct veel minder als er een AI-vermelding boven staat.
Ofcom meet hoe het publiek bij nieuws komt, Slot meet wat het publiek accepteert als het er is. De Britse cijfers laten zien dat redacties steeds meer afhangen van tussenpersonen die ze niet besturen. Macrae stelt tegen Press Gazette dat publieke omroepen hun distributie moeten blijven aanpassen “to continue to meet audiences where they are”. Wie dat doet met AI-functies op de eigen site, loopt tegen de bevinding aan dat het publiek juist dat het minst vertrouwt. En wie nieuws via de nieuwe digitale platforms binnenkrijgt, AI-diensten inbegrepen, beoordeelt dat nieuws als aanzienlijk minder nauwkeurig en betrouwbaar dan wie tv, radio of print gebruikt.


